Al geruime tijd bestaat verhoogde aandacht voor de thema’s integere bedrijfsvoering, winst en private equity binnen de zorgsector. Diverse ministers hebben zich hierover gebogen en ook de Tweede Kamer hield zich er nadrukkelijk mee bezig. Niet verwonderlijk natuurlijk, het gaat immers om publiek geld dat bedoeld is voor zorg en ondersteuning aan (veelal) kwetsbare mensen. De Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) beoogt de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg- en jeugdhulp te bevorderen, waarbij integere bedrijfsvoering randvoorwaardelijk is.
Vanwege haar wettelijke taak adviseerde de Raad van State (juli 2024) over het wetsvoorstel Wibz. Kortweg concludeerde de raad dat:
- Een duidelijke probleemanalyse mist; waarom functioneert de al bestaande wet- en regelgeving onvoldoende?
- Daarnaast is onduidelijk op welke manier(en) zorg- en jeugdhulpaanbieders niet integer zouden handelen, welk soort aanbieders zich hieraan schuldig maken en op welke schaal dit gebeurt; inzicht hierin helpt om de noodzaak en proportionaliteit van de voorstellen te wegen of te concluderen dat betere alternatieven voorhanden zijn.
Mede naar aanleiding van het raadsadvies heeft de minister van VWS het wetsvoorstel aangepast en bij de Tweede Kamer ingediend (januari 2025) waarop de Kamercommissie voor VWS verslag uitbracht (april 2025).
In december 2025 stuurde de (inmiddels) voormalige minister van VWS een Kamerbrief waarin hij de stand van zaken van het wetsvoorstel geeft, inclusief zijn voornemens en het vervolgproces. Ook licht hij twee aspecten van het wetsvoorstel uit: winst en private equity.
Wat zegt deze Kamerbrief? Raakt het wetsvoorstel bestaande zorg- en jeugdhulpaanbieders en hoe heeft het impact op nieuwe initiatieven? Hoe raakt het initiatieven in de complexe transformatie naar passende zorg, bijvoorbeeld via samenwerkingsconstructies? Hierbij is het natuurlijk evident dat misstanden moeten worden aangepakt. Evenwel is niet ondenkbaar dat ook goedbedoelende partijen invloed ervan zullen ondervinden.
Herbezinning Wibz
Allereerst erkent de minister in zijn brief dat er veel kritiek is op het wetsvoorstel Wibz, vooral over de effectiviteit tegen aanbieders en investeerders met verkeerde intenties. Ook zijn er zorgen over uitvoerbaarheid, administratieve lasten en inperking van ondernemersvrijheid. De minister onderzoekt daarom waar het wetsvoorstel kan worden aangescherpt, met bijzondere aandacht voor winstuitkering en investeerders.
Winstuitkeringen
Naar aanleiding van een recente uitspraak van de Raad van State bekijkt de minister de reikwijdte van het winstuitkeringsverbod opnieuw en noemt zonder voorkeur drie opties:
- Per zorgvorm bepalen of winstuitkering mogelijk is.
- Winstuitkering toestaan, maar met strikte maxima en voorwaarden.
- Een algeheel winstuitkeringsverbod in de zorg (met grote gevolgen voor het stelsel en investeringen).
Private equity
In de herbezinning verkent de minister daarnaast op welke manieren negatieve gevolgen van private equity kunnen worden ingeperkt. Hierbij schetst de minister twee routes:
- Aanscherpen van regels tegen risicovol gedrag, ongeacht het type investeerder (juridisch houdbaarder).
- Een direct verbod op private equity in de zorg (juridisch kwetsbaar, risico op kapitaaltekort en claims).
De minister acht het effectiever om risicovol gedrag te reguleren dan een verbod op één type investeerder. Ook krijgt de NZa meer bevoegdheden om (‘van betekenis zijnde’) transacties tussen zorgaanbieders en verbonden partijen te controleren.
Vervolg
Deze maanden zou de minister onderzoeken hoe hij de Wibz verder kan aanscherpen. Definitieve besluitvorming zou hij – gezien zijn demissionaire status – evenwel aan een volgend kabinet overlaten. Het volgende kabinet is inmiddels een feit. Vooralsnog zijn de precieze gevolgen voor zorg- en jeugdhulpaanbieders dan ook niet duidelijk. Tegelijkertijd ligt het voor de hand dat zorg- en jeugdhulpaanbieders alvast rekening houden met strengere eisen rond winstuitkering, investeerders en transparantie in transacties binnen holdings en bv-structuren. Ook is het van belang om bij nieuwe (samenwerkings)initiatieven nadrukkelijk hiermee rekening te houden.
Naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem contact op met onze adviseurs. Wij helpen je graag verder!
Contact
We helpen u graag verder!
Bent u nieuwsgierig wat wij voor u kunnen betekenen? Aarzel niet contact op te nemen met ons. Samen bespreken we de mogelijkheden.
Matthias Stout MSc
