HomeArtikelen

Turboliquidatie of faillissement aanvragen?
Turboliquidatie of faillissement aanvragen?
januari 26, 2026
Redactie

In zijn arrest* van 26 augustus 2025 (gepubliceerd op 7 januari 2026) heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bepaald dat de curator die de bestuurder persoonlijk aansprakelijk stelt voor zijn salaris bot vangt. De bestuurder hoefde het gevaarlijke pad van de turboliquidatie** niet te bewandelen en mocht aangifte van het faillissement van de vennootschap doen.

Wat speelde er?

1. De (middellijk) bestuurder heeft 23 augustus 2019 aangifte tot faillietverklaring van Easy Moves gedaan.

2. Tijdens de behandeling in de raadkamer heeft de rechter aan deze bestuurder de vraag gesteld of het faillissement het juiste instrument is om tot afwikkeling van de vennootschap te komen en benadrukt dat de curator niet kan worden betaald en dat er maatschappelijke kosten worden gemaakt, terwijl er geen noodzaak tot het faillissement is. De rechter heeft de mogelijkheid van een turboliquidatie aangedragen. De bestuurder heeft zijn verzoek gehandhaafd, waarna op 3 september 2019 het faillissement is uitgesproken met aanstelling van een curator.

3. Het salaris van de curator van ongeveer €15.000,= is onbetaald gebleven.

4. De curator heeft de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het onbetaald gebleven salaris omdat de bestuurder volgens hem misbruik had gemaakt van zijn bevoegdheid het faillissement aan te vragen terwijl duidelijk was dat de boedel nagenoeg leeg was en de curator niet betaald kon worden. Het hof wijst – net als de kantonrechter – de vordering van de curator af.

De belangrijkste overwegingen van het Gerechtshof zijn:

  1. Geen plicht tot turboliquidatie
    De bestuurder van een vennootschap zonder actief is niet verplicht om te kiezen voor een  turboliquidatie. De Hoge Raad[1] heeft immers bepaald dat de enkele wetenschap dat er geen actief is, niet voldoende is voor het aannemen dat er sprake is van misbruik van de bevoegdheid om het faillissement aan te vragen. Daarvoor is daarnaast nodig dat degene die de faillissementsaanvraag deed, bij die aanvraag geen voldoende gerechtvaardigd belang heeft.
  2. Gerechtvaardigd belang bij faillissement
    De bestuurder had een voldoende gerechtvaardigd belang bij het aanvragen van het faillissement. De verhuurder had gedreigd met bestuurdersaansprakelijkheid vanwege huurachterstanden. Een faillissement biedt een transparante afwikkeling, waardoor het risico op persoonlijke aansprakelijkheid juist kleiner wordt dan bij een turboliquidatie[2].
  3. Onvoldoende onderbouwing van gestelde ‘wegsluizen van gelden’
    De curator stelde dat geld was weggesluisd, maar de bestuurder heeft onderbouwd dat opbrengsten van de diverse verkopen aan reguliere schuldeisers ten goede zijn gekomen. De curator liet de geboden mogelijkheid om daarop te reageren onbenut. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht en bewijslast.
  4. Curator procedeert pro se
    De curator vorderde zijn eigen salaris en procedeerde voor zichzelf. Eventuele argumenten over schade aan de gezamenlijke schuldeisers kunnen hem daarom niet baten. Het Gerechtshof merkt hierover op dat “ […] een dergelijke onrechtmatige daad-vordering moet worden beschouwd als een aan vordering namens de gezamenlijke schuldeisers van Easy Moves die door de curator q.q. moet worden ingesteld, terwijl in deze zaak vaststaat dat de curatorzijn vordering voor zichzelf heeft ingesteld en voor zichzelf procedeert.”. Waarom de curator niet ook in kwaliteit (q.q.) heeft geprocedeerd is niet bekend.

Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de curator in de proceskosten (€ 2.190,-).

Conclusie:
Uit de wet en bestendige jurisprudentie (hetgeen zoals blijkt ook uit het verhandelde ter zitting in deze kwestie) volgt dat bestuurders bij (nagenoeg) ontbrekend actief de plicht hebben om voor een turboliquidatie te kiezen[3]. Door daarvoor te kiezen, blijven de faillissementskosten beperkt c.q. nihil. Er kunnen evenwel omstandigheden zijn die het faillissement desondanks rechtvaardigen. Het gaat er daarbij om dat degene die de faillissementsaanvraag deed, bij die aanvraag een voldoende gerechtvaardigd belang heeft[4].

 

* ECLI:NL:GHSHE:2025:2312

** Met de invoering van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie op 15 maart 2023 zijn de risico’s voor de bestuurders van de rechtspersoon die besluiten over te gaan tot een turboliquidatie significant vergroot.

[1] ECLI:NL:HR:2017:3269

[2] De kantonrechter merkt hierover op dat “bij een faillissement, in tegenstelling tot een turbo-liquidatie, een transparante afwikkeling van het vermogen van de rechtspersoon plaatsvindt en de curator daarbij onderzoekt of het bestuur zijn taken goed heeft vervuld en of de schuldeisers niet zijn benadeeld, een schuldeiser minder snel zal overgaan tot aansprakelijkstelling van het bestuur dan bij een turbo-liquidatie.” Het Gerechtshof neemt deze overwegingen tot de zijne.

[3] Zie artikel 2:19 lid 4 BW.

[4] De kantonrechter – gevolgd door het Gerechtshof – overweegt dat ingeval van een faillissement een transparante afwikkeling van het vermogen van de rechtspersoon plaatsvindt en de curator daarbij onderzoekt of het bestuur zijn taken goed heeft vervuld en of de schuldeisers niet zijn benadeeld, waardoor een schuldeiser minder snel zal overgaan tot aansprakelijkstelling van het bestuur dan bij een turbo-liquidatie.

Naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem contact op met onze adviseurs. Wij helpen je graag verder!

Sector
Mkb
Sector
Familiebedrijven
Reinier-John Koopman
Klik om telefoonnummer te zien

Contact

We helpen u graag verder!

Bent u nieuwsgierig wat wij voor u kunnen betekenen? Aarzel niet contact op te nemen met ons. Samen bespreken we de mogelijkheden.

Reinier-John Koopman

Klik om telefoonnummer te zien

Misschien ook interessant

Recente hacks waarschuwen de zorgsector: dataveiligheid vraagt bestuurlijke regie

Gezond verbonden; werken aan sociale verbondenheid in een geïndividualiseerd zorgstelsel

Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders; een vervolg

Algemene voorwaarden opnieuw onder de loep: exoneratiebeding blijft in stand