HomeArtikelen

De zorgzame samenleving; geen vanzelfsprekende sluitpost!

De zorgzame samenleving; geen vanzelfsprekende sluitpost!

augustus 5, 2026
Redactie

Wat als de grootste aanname onder veel zorgtransformaties onjuist blijkt te zijn? In beleidsstukken, regioplannen en begrotingen wordt verondersteld dat familieleden, buren en vrijwilligers een groter deel van de zorg zullen overnemen. Maar wat als die ruimte er niet is? Het recente advies van de Raad voor Ouderen (RvO) zet vraagtekens bij een gedachte die steeds meer als vanzelfsprekend wordt beschouwd: dat de zorgzame samenleving onbeperkt meegroeit met de tekorten in de professionele zorg. Als de grenzen van de professionele zorg én van de informele zorg in zicht komen, welke maatschappelijke keuzes zijn we dan bereid te maken? Die vraag verdient een plaats op de bestuurs- en toezichtagenda.

Onlangs reflecteerden wij op het rapport ‘Staat van Gezinnen 2026’, waarin de toenemende druk op gezinnen zichtbaar werd als bedreiging voor informele zorg. Het recente adviesrapport ‘Grenzen aan de zorgzame samenleving – Waar het helpen ophoudt en de zorg begint’ van de RvO voegt daar een belangrijke waarschuwing aan toe: ook ouderen zelf zien duidelijke grenzen aan wat van informele zorg verwacht mag worden.

De zorgzame samenleving is geen vanzelfsprekende reservebank waarop professionele zorg onbeperkt kan terugvallen. Niet iedere oudere kan meedoen aan de beweging naar een zorgzame samenleving. Niet iedere oudere krijgt tijdig de formele of informele ondersteuning die nodig is. En mantelzorgers, buurtgenoten en vrijwilligers kunnen overvraagd raken.

De RvO heeft het vraagstuk langs drie lijnen geïnventariseerd:

  1. De grenzen van ouderen bij hun ondersteuning aan buren, vrienden of familieleden in de wijk.
  2. De mate waarin ouderen op tijd hulp vragen en ontvangen van hun omgeving.
  3. De enablers voor ouderen om kwetsbare buren, vrienden en familieleden te kunnen ondersteunen.

Ouderen zijn glashelder waar het gaat om de grenzen en aard van hun inzet; die is géén vervanging van professionele zorg. Lichamelijke en medische zorg zijn werkgebieden van de zorgprofessional. Bovendien vraagt ‘zorgen voor elkaar’ om nadere duiding. Waar hebben we het dan precies over? Termen als ‘aandacht’, ‘hulp’ en ‘ondersteuning’ passen beter bij de inzet van ouderen dan ‘zorg’. Aan welk soort hulp men dan zoal denkt? Boodschappen doen, een maaltijd bereiden, een ommetje maken of vervoer springen eruit. Het gaat vooral om incidentele hulp omdat de benodigde inzet op langere termijn vaak niet goed is te overzien, terwijl de verwachting bestaat dat de hulpvraag zal toenemen en de drempel naar professionele zorg steeds hoger wordt.

Hulp vragen blijkt voor ouderen geen sinecure; het liefst wachten ze daar zo lang als mogelijk mee. En áls hulp onvermijdelijk is dan doen ouderen eerst een beroep op naaste familie, vrienden en professionele zorg. Buren komen niet in dit rijtje voor. De RvO benoemt onder meer het ongemak om jezelf als hulp- of zorgbehoevend te zien en de afhankelijkheid van anderen als belemmeringen bij het vragen naar hulp. Ook ervaren ouderen een zekere verplichting om iets terug te kunnen doen aan degenen die hulp bieden. Bovendien vragen ouderen zich af of drukbezette jongere generaties nog wel voor hen kunnen zorgen.

Ouderen helpen elkaar vooral als er vertrouwen, wederkerigheid en een bestaande relatie zijn. Ontmoetingsplekken zijn daarbij essentieel. Voor langdurige hulp is professionele ondersteuning nodig, inclusief organisatie, vervanging en één vast aanspreekpunt. Ouderen verwachten duurzame samenwerking tussen organisaties, duidelijke informatie en ondersteuning bij het opzetten van burenhulp en gemeenschapsinitiatieven.

Naast observaties rondom de drie hierboven genoemde lijnen, bevat het RvO-rapport een aantal aanbevelingen waar ook zorgorganisaties hun voordeel mee kunnen doen.

Voor bestuurders en toezichthouders in de zorg is het goed om te weten waar de grenzen van informele zorg liggen en om daar strategisch en qua bedrijfsvoering mee te rekenen. Het potentieel aan informele zorg – (ook) die ouderen leveren én vragen – is immers niet oneindig. Informele zorg is dus geen sluitpost in de capaciteitsplanning.

Het RvO-rapport maakt duidelijk dat wie rekent op meer inzet van het netwerk ook expliciet moet maken welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn: vertrouwen, wederkerigheid, ontmoetingsplekken, professionele ondersteuning, vervanging, één aanspreekpunt en samenwerking tussen organisaties, et cetera.

Afsluitend concluderen wij dat het RvO-rapport wil voorkomen dat informele zorg ten onrechte als onbeperkte capaciteit wordt beschouwd. Welke maatschappelijke keuzes zijn we bereid te maken? De dialoog daarover verdient een plaats op de bestuurs- en toezichtagenda. Twee aspecten vragen een verdere verkenning:

  1. Het perspectief en de passende infrastructuur

Is de zorgzame samenleving begrensd door onvermogen, of door de manier waarop we haar organiseren? Veel ouderen willen blijven meedoen in de samenleving, maar geven aan dat zij behoefte hebben aan vertrouwen, ondersteuning, vervanging en één aanspreekpunt. Dit stimuleert het investeren in een adequate infrastructuur.

  1. Het alternatief

De arbeidsmarkt laat nauwelijks ruimte voor substantiële groei van professionele zorgcapaciteit. Daardoor kan de conclusie niet simpelweg zijn dat we meer professionals nodig hebben. Als we niet mogen rekenen op meer informele zorg én niet op veel meer professionals, waar zit dan de oplossing? Als informele zorg niet het vangnet is voor de druk op de professionele zorg, triggert dat een andere vraag: hoeveel formele zorg kan worden voorkomen doordat mensen elkaar eerder ondersteunen. Het rapport stelt terecht dat ouderen liever spreken over aandacht, hulp en ondersteuning dan over zorg. Het is van belang de grens daartussen scherp te stellen.

Daarom drie afsluitende vragen voor bestuurders in de zorg- en welzijnssector:

  • Welke activiteiten kunnen redelijkerwijs door het netwerk worden opgepakt?
  • Welke activiteiten moeten altijd professioneel georganiseerd blijven?
  • Waar ligt het omslagpunt?

Naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem contact op met onze adviseurs. Wij helpen u graag verder!

Sector

Zorg & Welzijn
Matthias Stout MSc RA
Klik om telefoonnummer te zien

Contact

We helpen u graag verder!

Bent u nieuwsgierig wat wij voor u kunnen betekenen? Aarzel niet contact op te nemen met ons. Samen bespreken we de mogelijkheden.

Matthias Stout MSc RA

Klik om telefoonnummer te zien

Misschien ook interessant

Duurzaamheid, weerbaarheid en transparantie: nieuwe verwachtingen voor de zorg

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

Fiscaal aantrekkelijk obligatieplan voor (sport)vereniging

Sportschool en personal trainer voor dga onbelast?