Doelmatigheidsmarge € 2.400 werkkostenregeling nog ruimer uitgelegd
Omstreeks 2014 is in het Handboek Loonheffing in het kader van het gebruikelijkheidscriterium het begrip van de doelmatigheidsmarge van € 2.400 opgenomen. De doelmatigheidsmarge is alleen in het Handboek Loonheffing opgenomen en kent geen wettelijke grondslag in de Wet op de loonbelasting, uitvoeringsbesluit of- regeling, dan wel besluiten van de staatssecretaris.
Bij de introductie van de doelmatigheidsmarge is destijds nagenoeg geen toelichting gegeven hoe dit moest worden geïnterpreteerd. Er werd gezegd dat als het totaal van de onbelaste vergoedingen onder de werkkostregeling dat aan één werknemer werd vergoed/verstrekt onder dit bedrag bleef, alle onbelaste vergoedingen als gebruikelijk worden gezien.
Al jaren is er dus onduidelijkheid op welke wijze de doelmatigheidsmarge van € 2.400 moet worden uitgelegd voor toepassing van de werkkostenregeling en kan dit tot discussies met de Belastingdienst leiden.
Recentelijk heeft één van onze fiscalisten in een kennissessie met medewerkers van het Ministerie van Financiën gesproken over de vereenvoudiging van de werkkostenregeling. Daarbij kwam ook de doelmatigheidsmarge aan bod. In deze sessie is nadere uitleg gegeven voor welke vergoedingen/verstrekkingen de doelmatigheidsmarge geldt.
Er zijn drie soorten vergoedingen/verstrekkingen te onderscheiden in het kader van het gebruikelijkheidscriterium:
- Vergoedingen/verstrekking die voldoen aan een gerichte vrijstelling.
Voor deze soort vergoedingen/verstrekkingen wordt al aangenomen dat wordt voldaan aan het gebruikelijkheidscriterium en hiervoor is de doelmatigheidsmarge ook niet bedoeld; - Vergoedingen/verstrekking die niet voldoen aan een gerichte vrijstelling en in de vrije ruimte worden ondergebracht, maar waarvan al wel vaststaat deze vergoedingen voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium.
Enkele voorbeelden hiervan zijn, de kerst- en/of paasattentie of de onbelaste reiskostenvergoeding voor > € 0,25 p/km. Voor deze soort vergoedingen/verstrekkingen is de doelmatigheidsmarge ook niet bedoeld; - Vergoedingen/verstrekking die ten laste van de vrije ruimte gaan en niet voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium.
Een voorbeeld dat in de sessie werd genoemd was een deel van de eindejaarsuitkering dat niet wordt uitgeruild voor een onbelaste reiskostenvergoeding maar wordt direct onbelast uitbetaald. Hierbij kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan een onbelaste vergoeding voor de aanschaf van een fiets. Voor deze vergoedingen/verstrekking is de doelmatigheidsmarge bedoeld.
Dus als het totaal van de ongebruikelijke onbelaste vergoedingen per kalenderjaar per werknemer niet hoger is dan € 2.400, dan is de doelmatigheidsmarge van toepassing. Er hoeft nog steeds niet getoetst te worden aan het gebruikelijkheidscriterium.
Tot slot werd in de sessie gemeld dat het Ministerie van Financiën aan het onderzoeken is of het bedrag van de doelmatigheidsmarge moet worden geïndexeerd. Of dat door zal gaan is afhankelijk van de beschikbare financiële dekking die daarvoor nodig is.
Naar aanleiding van dit artikel vragen? Neem contact op met onze adviseurs. Wij helpen je graag verder!
Contact
We helpen u graag verder!
Bent u nieuwsgierig wat wij voor u kunnen betekenen? Aarzel niet contact op te nemen met ons. Samen bespreken we de mogelijkheden.
